Kernenergie

De ontdekking in de jaren ’50, dat kernenergie een
“onmetelijke en goedaardige bron van energie”
zou opleveren, leidde ertoe dat
deze energievorm
ontzettend populair werd in sommige Westerse landen. Vandaag staat nucleaire
energie in voor 16% van de totale globale elektriciteitsproductie. De
positieve benadering van kernenergie is de laatste decennia sterk aangetast
door de ernstige ongelukken met kerncentrales zoals in Tsjernobyl
zware kernen (kernsplijting). De nieuwe atoomkernen die hierbij ontstaan,
zijn samen wat lichter dan de som van de uitgangsmaterialen.
Einstein heeft ook zijn steentje bijgelegd in de moderne technologie van
kernsplitsing, De ontbrekende massa is omgezet in energie volgens de
beroemde formule van Einstein: E = mc2
E = Energie
m = Massa
c² = Lichtsnelheid in het kwadraat
Omdat de term c² zo groot is, komt er bij kernreacties zeer veel energie
vrij, ook als maar een klein gedeelte (een paar procent) van de massa wordt
omgezet. In de praktijk wordt vrijwel alleen gebruikgemaakt van de splijting
van kernen van uranium- en plutonium-isotopen. Ook andere kernen, zoals van
thorium zijn splijtbaar. Plutonium ontstaat vanzelf uit uranium tijdens de
kernreacties in de reactorkern en wordt ook gedeeltelijk gespleten, waarbij
natuurlijk ook energie vrijkomt. Gebruikte splijtstof kan voor circa 95%
hergebruikt worden, men spreekt van recycling.
De overige 5% is minder radioactief maar toch nog steeds vrij radioactief en
dus kernafval.
Kernwapens
Het allereerste kernwapen was de atoombom, die ontwikkeld is met de hulp van
Albert Einstein.
De technologie om kernenergie op te wekken is verwant met de technologie om
kernwapens te maken. Enerzijds maakt dat de beschikking over vreedzame
kerntechnologie aantrekkelijk voor veel landen, anderzijds worden landen die
zelf kerntechnologie ontwikkelen voor naar hun zeggen vreedzame doeleinden,
vaak beschuldigd van andere bedoelingen. In landen zoals België en Nederland
is dit aspect geen probleem. Landen in minder stabiele regio's beschikken
tegenwoordig echter ook over de technologie voor kernenergie en kernwapens:
alleen grote druk vanuit de VN kan de ontwikkeling daarvan afremmen. Het
non-proliferatieverdrag
kent ieder land het recht toe kerntechnologie voor vreedzame doeleinden te
gebruiken. Een potentieel probleem dat ook speelt in landen waarop niet de
verdenking rust dat ze zelf kernwapens willen maken, is dat terroristen
zouden kunnen proberen door een aanslag splijtbaar materiaal te verwerven om
daaruit kernwapens te maken of eventueel zelfs zogenaamde 'vuile bommen':
conventionele explosieve ladingen die radioactief materiaal verspreiden in
de omgeving. Hierdoor zouden potentieel grote gebieden gevaarlijk
radioactief kunnen worden besmet met alle fysieke gevolgen van dien, en
daarnaast nog grote onrust onder de bevolking. Alleen al om deze reden
dienen transporten van nucleair materiaal zwaar bewaakt te worden. Als zo
een kernwapen ontploft gebeurt hetzelfde als er kernenergie ontstaat, er
komt een enorme massa energie vrij die zich dan “uit”
in een bepaalde straal rond
de bom (waar die ontploft is). Dit is een foto van Hiroshima net na de bom
“Little Boy” is gevallen.
Ongelukken
De publieke houding tegenover kernenergie is beïnvloed door verschillende
ongelukken met kerncentrales, waaronder die
van Three Mile Island (28 maart 1979) en met name een groot ongeval met een
kerncentrale in de voormalige Sovjet-unie in Tsjernobyl op 26
april 1986. Al speelde bij de oorzaken van de laatste ramp vooral een
combinatie van bureaucratie, verouderde techniek en een ongelukkig
uitgevallen experiment een rol, dit ongeluk heeft het beeld van kernenergie
blijvend veranderd. Bij de huidige Westerse centrales wordt het risico op
ongevallen echter
zeer laag geschat. De centrales zelf zijn qua constructie al veel veiliger,
ze worden veel beter onderhouden en ook het personeel
is goed opgeleid en goed betaald. Ook was er steeds een menselijke fout de
oorzaak, kerncentrales zijn zo veilig gebouwd dat er eigenlijk niets fout
kan lopen.
Naast ongelukken zijn opzettelijke ongevallen niet uit te sluiten.
Kerncentrales zelf worden misschien technisch steeds veiliger, de wereld
zelf wordt steeds onveiliger. Een kerncentrale is niet alleen vanwege het
stilleggen van de energie voorziening een ideaal doelwit voor een aanslag:
de mogelijke straling en radioactieve wolken die vrijkomen zorgen voor veel
meer schade.
Niet duurzaam
De grondstof voor kernsplijting, Uranium, is beperkt voorradig en daarmee
niet duurzaam. Recente berekeningen van het Nuclear Energy Agency wijzen
uit, dat er voor 100 jaar voorradig is. Door kweekreactoren zou de voorraad
langer meegaan. Deze technologie is echter, net zoals kernfusie, niet
uitontwikkeld en ver van economisch rendabel, dus zeker nog niet voor nu.
Voorstanders van kernenergie wensen een 'transitieperiode' van fossiel naar
volledig duurzame energie voorziening. Tegenstanders wensen deze periode
over te slaan en gelijk duurzame energiebronnen te benutten.
Opslag afval
Het definitief
opslaan van radioactief afval is alleen in theorie mogelijk: het is in de
wereld nog nergens geregeld. Er zijn mogelijkheden om nucleair afval
veilig weg te werken.
Nucleair afval blijft nog langdurig (tot wel duizenden jaren) radioactief en
er moet een speciale locatie gevonden worden waarvan gegarandeerd wordt dat
deze gedurende die tijd niet wordt verstoord door bijvoorbeeld een
aardbeving. In Finland, Zweden en de Verenigde Staten heeft men dergelijke
locaties gevonden en worden ondergrondse bergplaatsen aangelegd. Bovendien
wordt in diverse landen geëxperimenteerd met ondergrondse 'opbergmijnen' om
later een echte bergplaats te kunnen aanleggen. Zo is in België in de Boomse
Klei een proeftunnel gebouwd waar experimenten gedaan worden op de
doorlaatbaarheid van de klei op lange termijn. De jaarlijkse geproduceerde
hoeveelheid hoog
radioactief kernafval per centrale is klein in vergelijking met andere
industriële processen. Het laag radioactief afval vormt een
groter
probleem. Kweekreactoren van de vierde
generatie kunnen het
huidige kernafval van de
centrales, alsook het uraniumafval dat vrijkomt bij de
productie van kernbrandstof,
hergebruiken. Deze reactoren zijn ook inherent
veiliger doordat de kernreacties vanzelf stilvallen bij oververhitting. Een
ontploffing zoals bij de reactor in Tsjernobyl is dan niet meer mogelijk.
Nobelprijswinnaar Carlo Rubbia heeft
laten zien, dat het mogelijk moet zijn om radioactief afval van
kerncentrales te bestralen en zo de langlevende isotopen om te zetten in
sneller vervallende isotopen. Niet voor de volle 100% maar dit is
veelbelovend. Helaas kost dit proces weer een hoop energie. Dit bestralings
proces kan overigens niet worden toegepast op verglaast radioactief
afval. Verglazing van
kernafval is bij de huidig afvalbehandeling wel gebruikelijk.
Kosten en bouw
Kerncentrales hebben
zeer hoge kapitaal kosten, nadat de kerncentrale is gebouwd kan men
makkelijk goedkope energie produceren. De bouw duurt wel vrij lang, maar zo
een kerncentrale moet dan ook aan zeer veel veiligheids normen voldoen, de
bouw kan tussen 13 en 15 jaar duren.
Aansprakelijkheid bij Kernongevallen
- Iedere aansprakelijkheidsverzekering bevat een clausule waarin gemeld
wordt dat er niet wordt uitgekeerd bij schade door een nucleaire reactie.
Kerncentrales opereren echter niet onverzekerd: een kerncentrale exploitant
moet tot 700 miljoen Euro verzekerd zijn. Daarboven zijn de Nederlandse
overheid samen met andere overheden in Europa moeten garant staan in geval
van een ramp. De betreffende elektriciteitsproducenten slagen er niet in een
verzekering af te sluiten die de risico's van ongevallen dekt. De gevolgen
van een ongeval in een kerncentrale kunnen immers zo catastrofaal zijn
(zoals bij de kernramp van Tsjernobyl) dat kerncentrales volgens de
verzekeringsmaatschappijen gewoonweg onverzekerbaar zijn. Vanaf de jaren
1950 is speciale wetgeving hiervoor (Wet Aansprakelijkheid Kernongevallen
of: WAKO) erop gericht de ontwikkeling van deze (toen) veelbelovende
technologie te beschermen. Tot op heden, dus in de geliberaliseerde
energiemarkt, is deze wetgeving van kracht. De sterk gereduceerde
verzekeringspremie wordt doorberekend in de energieprijs. In onder meer
Frankrijk de wetgeving op dit gebied gunstiger dan in Nederland. In
Duitsland is het veel ongunstiger. Overigens is in geval van een
grensoverschrijdende kernramp de aansprakelijkheid nog steeds niet goed
geregeld.
Milieuaspecten
Een belangrijk deel van de milieubeweging wijst gebruik en ontwikkeling van
kernenergie af. Wel is er de laatste tijd meer belangstelling voor
kernenergie vanwege de dreigende tekorten aan fossiele brandstoffen en de
afhankelijkheid van leveranciers van olie uit instabiele regio's. De in de
loop van 2005 sterk gestegen olieprijs op de wereldmarkt heeft tot een
duidelijke verhoging van de belangstelling voor kernenergie in de media en
bij regeringen geleid. Ook zorgen over het klimaat dragen bij aan de
hernieuwde interesse voor kernenergie. Kernenergie draagt vrijwel niet bij
aan het broeikaseffect; er komt uit kerncentrales geen CO2 vrij. Wel is de
winning van uraanerts een kostbaar, vervuilend en energievretend proces,
zoals ook de productie van staal en aluminium, nodig voor het bouwen van
bijvoorbeeld windmolens, enorm energieïntensief is. De brandstof voor
kernenergie vormt een veel kleiner deel van de totale kosten ervan dan bij
conventionele centrales; er gaat daarentegen meer geld naar beveiliging,
afvalverwerking en ontmanteling van verouderde centrales. Kernenergie is
echter uiteindelijk geen alternatief voor fossiele brandstof, in die zin dat
kerncentrales worden gevoed door splijtstof, die (vóór opwerking) wordt
ontgonnen op een beperkt aantal locaties en de facto ook een eindige
grondstof is. Verwacht wordt dat binnen enkele decennia de vraag naar
uranium groter zal worden dan het aanbod, met sterk stijgende prijzen tot
gevolg.De werkelijke kostprijs van een kilowattuur electriciteit uit een
kerncentrale is lastig te bepalen niet alle kosten worden namelijk
meegerekend in de prijs die met nu voor de electriciteit betaald.Wanneer een
kerncentrale is afgeschreven blijft er een hoop radioactief materiaal over.
De kosten voor het opruimen hiervan worden ver naar de toekomst geschoven
zodat ze vandaag niet veel invloed lijken te hebben. Hetzelfde gebeurt met
het geproduceerde radioactieve afval dat voor duizenden jaren veilig
opgeslagen en continue beheerd, gecontroleerd en beveiligd moet worden. Het
afval kan namelijk worden verwerkt in munitie en 'vuile bommen'.
Kernfusie
Er wordt al tientallen jaren onderzoek gedaan naar kernfusie, vooral omdat
de hierbij gebruikte grondstoffen (zware waterstof, of deuterium) in
nagenoeg onbeperkte hoeveelheden uit zeewater kunnen worden gewonnen. Het
blijkt echter niet makkelijk om omstandigheden te scheppen waaronder
waterstofkernen zo dicht bij elkaar worden gebracht en gehouden dat er een
waarneembare hoeveelheid fusie-energie ontstaat. Er wordt onder andere
gewerkt aan tokamak-reactors en laser-implosie reactors.
Problemen zijn de grote benodigde energie-input voor er netto
energieproductie op gaat treden, en de materialen waaruit de reactor moet
bestaan. Deze moeten extreem sterk zijn en bestand zijn tegen hoge
temperaturen. Bovendien worden ze na gebruik zelf radioactief wat weer een
afvalprobleem schept. Echter zal dit afval redelijk snel zijn
radioactiviteit verliezen (de helft minder radioactief na 12 jaar) zodat
opslag maar voor beperkte periodes nodig is. Tevens wordt er gewerkt aan
materialen die niet of minder radioactief worden door bestraling.

